This is a Clilstore unit. You can .
In deze les gaan we het hebben over de regelmatige werkwoorden op -er en op -ir: hoe vervoeg je ze en hoe zet je ze in een andere tijd?
Stap 1:
Laten we kijken naar de tegenwoordige tijd (présent) en de voltooide tijd (passé composé)
Werkwoorden op -er:
Stap 2:
Nu we de werkwoorden op -er herhaald hebben gaan we ermee oefenen. Ga naar Exercise 1 (groene button)
Stap 3 :
Nu gaan we de werkwoorden nogmaals oefenen. Ga naar Exercise 2.
Stap 4:
Stap 4:
Nu we weten hoe de werkwoorden op -er vervoegd worden, gaan we de regelmatige werkwoorden op -ir. Zowel de présent als de passé composé worden in de onderstaande video uitgelegd.
Let op!!
De passé composé bestaat uit twee (hulpwerkwoord en voltooid deelwoord)
Stap 5:
Voor de passé composé herhaal je de werkwoorden être (zijn) en avoir (hebben)

Stap 6:
Maak nu Exercise 3
Stap 7:
Maak nu Exercise 4
Stap 8:
Maak nu de onderstaande invuloefening
Short url: https://clilstore.eu/cs/8419