Clilstore Facebook WA Linkedin Email
Login

This is a Clilstore unit. You can link all words to dictionaries.

Grandes Lignes 3, Chapitre 4, herhaling werkwoorden

In deze les gaan we het hebben over de regelmatige werkwoorden op -er en op -ir: hoe vervoeg je ze en hoe zet je ze in een andere tijd?

Stap 1:

Laten we kijken naar de tegenwoordige tijd (présent) en de voltooide tijd (passé composé)

Werkwoorden op -er:

Stap 2:

Nu we de werkwoorden op -er herhaald hebben gaan we ermee oefenen. Ga naar Exercise 1 (groene button)

Stap 3 :

Nu gaan we de werkwoorden nogmaals oefenen. Ga naar Exercise 2.

 

Stap 4:

 

Stap 4:

Nu we weten hoe de werkwoorden op -er vervoegd worden, gaan we de regelmatige werkwoorden op -ir. Zowel de présent als de passé composé worden in de onderstaande video uitgelegd.

 

Let op!!

De passé composé bestaat uit twee (hulpwerkwoord en voltooid deelwoord)

Stap 5:

Voor de passé composé herhaal je de werkwoorden être (zijn) en avoir (hebben) 

Etre en avoir

 

 

Stap 6:

Maak nu Exercise 3

 

Stap 7:

Maak nu Exercise 4

 

Stap 8:

Maak nu de onderstaande invuloefening

Clilstore Exercise1Exercise 2Exercise 3Exercise 4

Short url:   https://clilstore.eu/cs/8419